Onder de verfrissende leiding van Lucille Werner hebben wij aan 200 aanwezigen de stand van zaken van de cliëntondersteuning in de Wmo en Wlz gepresenteerd. Lucille opende met : "Ik had bijna mijn eigen moeder meegenomen naar dit symposium". 



Scroll verder voor het verslag van het symposium.

Wilt u meteen naar de lezingen, presentaties en rapporten? Klik hier

Landelijk Symposium Cliëntondersteuning naar een hoger niveau

Landelijk symposium: Cliëntondersteuning naar een hoger niveau, 19 november 2018

Illya Soffer, Door de bomen het bos...
Illya Soffer , directeur van Ieder(in) confronteerde ons met de complexiteit van de Wmo en Wlz toegang en uitvoering. De door haar getoonde visuals/ organogrammen over hoe de organisatie van deze gedecentraliseerde uitvoering van de wetten laten in één oogopslag zien hoe ingewikkeld wij het gemaakt hebben. Juist kwetsbare mensen hebben problemen bij het vinden van de juiste zorg op het juiste moment. En het was toch juist de bedoeling om de zorg meer op maat en toegankelijk en laagdrempelig te maken? Zij betoogt om meer aandacht te hebben voor de 15 % van de burgers waarvoor de toegang tot de Wmo en Wlz nu niet goed werkt, niet toegankelijk is en veel te complex. Immers dat zijn juist de meest kwetsbare mensen. Cliëntondersteuners kunnen daar goed gidswerk verrichten, maar wat als ook zij door de bomen het bos niet meer zien? Het moet toch simpeler kunnen?
Klik hier voor de presentatie van Illya Soffer



Speerpunten beleid BCMB
Dîde Sörman, voorzitter van BCMB presenteerde ons de speerpunten van BCMB voor de komende jaren.
Zij beveelt aan dat de samenwerking tussen informele en formele cliëntondersteuners versterkt wordt, maar dat hiervoor ook duidelijker richtlijnen en heldere naamgeving moeten komen. BCMB is van mening dat cliënten altijd de vrije keuze moeten hebben tussen informele en formele cliëntondersteuning en dat dus altijd onafhankelijke formele cliëntondersteuning beschikbaar moet zijn. Niet alleen voor cliënten maar ook voor informele cliëntondersteuners als support. Zij spoort gemeenten aan hierin regie te nemen. BCMB is van mening dat cliëntondersteuning altijd levensbreed moet kunnen worden opgepakt. Naast het feit dat deze aanpak al in de wetgeving is vastgelegd, blijkt ook uit wetenschappelijk onderzoek dat een levensbrede aanpak tot preventieve gezondheids- en welzijnswinst leidt.


BCMB gaat op basis van dit onderzoek in 2019 en verder haar focus richten op het bevorderen van de kwaliteit van de cliëntondersteuners. Enerzijds door het aanbieden van masterclasses die doorontwikkeld worden tot een Post-HBO opleiding. Onderdeel van de scholing is een masterclass over het bevorderen van de eigen professionele autonomie. Anderzijds zal BCMB actief lobbyen bij gemeenten om beroepsregistratie van cliëntondersteuners als kwaliteitsnorm verplicht te stellen.

Klik hier voor de lezing van Dîde Sörman
Klik hier voor het Rapport Visie op samenwerking informele en formele cliëntondersteuners
Klik hier voor Position Paper BCMB levensbreed werken
Klik hier voor Position Paper BCMB kwaliteit

Presentatie onderzoek naar kwaliteit van cliëntondersteuning door Wim Dekker CHE.
Professionele autonomie cliëntondersteuning onder druk
Professionele cliëntondersteuners ervaren steeds meer druk op hun onafhankelijkheid. Dat is verontrustend, want die onafhankelijkheid is noodzakelijk en daarom vastgelegd in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Wet langdurige zorg (Wlz) uit 2015.
Dat komt naar voren uit een recent onderzoek van het associate lectoraat ‘Informele netwerken en laatmoderniteit’ van Christelijke Hogeschool Ede (CHE), uitgevoerd in opdracht van de beroepsvereniging van cliëntondersteuners (BCMB). Cliëntondersteuners zijn bevraagd over hun ervaringen met de Wmo en de Wlz. Centrale thema’s in het onderzoek zijn professionele autonomie (onafhankelijkheid) en kwaliteit.



Wim Dekker, onderzoeker bij de CHE presenteerde de belangrijkste resultaten.
Enkele opmerkelijke resultaten uit het onderzoek:
• 15% van de respondenten geeft beschikkingen voor zorg af voor de cliënten waar zij ook cliëntondersteuner voor zijn. Onafhankelijkheid is in zo’n situatie onmogelijk;
• 30% van de respondenten rondom de Wmo ervaart druk vanuit de werkomgeving: het sociaal team en vooral de gemeente. Van de respondenten die werken in de Wlz zegt 31% dat de onafhankelijkheid onder druk staat;
• Bij de Wmo geeft slechts 7% van de cliëntondersteuners aan dat burgers makkelijk de weg vinden naar cliëntondersteuning;
• Volgens 34% van de respondenten zijn de wachttijden voor cliëntondersteuning langer dan twee weken (Wlz en Wmo);
•  77% van de respondenten geeft aan levensbreed te mogen en kunnen werken. In het kader van de WLZ geeft 30% aan niet de taken te mogen uitvoeren die zij willen uitvoeren.
• Er ontbreken in veel gevallen regels over de samenwerking tussen formele en informele cliëntondersteuners. Ook is de keuzevrijheid van de cliënt niet overal gegarandeerd;
• 87% van de respondenten is ontevreden over de ‘knip’ in de cliëntondersteuning tussen Wlz en Wmo. Die is nadelig voor cliënten, geven cliëntondersteuners aan.
Deze resultaten passen in een trend van verwante onderzoeken naar cliëntondersteuning. Ook Illya Soffer gaf aan dat de resultaten overeen komen met de signalen die zij via Ieder(in) binnekrijgt van cliënten. Dus niet alleen de ondersteuners ervaren genoemde knelpunten maar hun cliënten ook.

Klik hier voor de presentatie van Wim Dekker, CHE, Resultaten onderzoek naar kwaliteit cliëntondersteuning
Klik hier voor het Onderzoeksrapport van CHE, Kwaliteit van cliëntondersteuning ( voor bijlagen zie links hieronder)
Bijlage 1, de vragenlijst
Bijlage 2, scores per vraag
Bijlage 3, samenvatting focusgroep

Overhandiging onderzoeksrapporten aan Jelle Rauwerdink ( VWS)



Dîde Sörman overhandigde beide onderzoeksrapporten (Visie op samenwerking informele en formele cliëntondersteuning en het Rapport Onderzoek naar de kwaliteit van de cliëntondersteuning aan Jelle Rauwerdink, programmamanager cliëntondersteuning bij VWS. Desgevraagd gaf hij aan de signalen serieus te nemen. Het ministerie investeert ook extra middelen om de positionering van de cliëntondersteuning te verbeteren en kwaliteit te borgen. Hij ging niet mee in het pleidooi om de knip tussen de Wmo en de Wlz te herzien. Hij riep op om de aandacht te richten op verbetering van de knelpunten en om niet zo snel na de grote stelselherziening van de Wmo en Wlz opnieuw een grote verandering door te voeren.



Anneke Doornbos, Nest met Spiegelei

Na de pauze kregen de aanwezigen een inkijk in het dagelijkse leven van Anneke Doornbos, ervaringsdeskundige moeder van Merel, een inmiddels jonge vrouw met een beperking.  Anneke illustreerde haar en Merels proces van acceptatie, opvoeden met hindernissen en weer loslaten naar een zo zelfstandig mogelijk leven voor beiden, door ons stukjes voor te lezen uit haar boek : Nest met Spiegelei. Dit programma onderdeel zette de aanwezigen na de theorie van beleid en onderzoek weer even stevig op de vloer van de praktijk. De praktijk waar de Wmo, de Wlz en cliëntondersteuning eigenlijk voor bedoeld zijn.



In het interview door Lucille gaf Anneke de cliëntondersteuners en beleidsmakers nog een boodschap mee. "Zorg dat ondersteuning beschikbaar is. Ik heb alles alleen moeten en kunnen doen. Maar vooral het geregel van goede en passende zorg is zo ingewikkeld. Kwetsbare ouders kunnen dat niet alleen. Máár laat ouders in hun kracht. Ga naast hen staan. Ook ouders moeten hun proces kunnen beleven. Net als mijn dochter en net als ik. Van fouten leer je. "
Geïnteresseerd in Anneke en in haar boek? Klik hier voor meer informatie.

De Pitch van good practices
5 gemeenten, Den Haag, Maastricht, Hoeksche Waard, Baarn en Deurne presenteerden in enkele minuten hoe zij de cliëntondersteuning georganiseerd hebben.  In alle voorbeelden was formele cliëntondersteuning beschikbaar. Soms alleen via 1 contractpartner, meestal MEE ( Baarn en Maastricht en Hoeksche Waard) Maar in Den Haag en Deurne waren meerdere formele aanbieders van cliëntondersteuning betrokken. In alle voorbeelden werd ook samengewerkt met vrijwilligers(organisaties), waarbij Den Haag het meest uitgesproken is over de gerichte inzet van vrijwilligers en ervarigsdeskundigen bij de eerste toegang en voor het begeleiden van eenvoudige vragen én voor specifieke doelgroepen zoals dak- en thuislozen en burgers met een verslaving.

Bovenal was de passie van de sprekers voor hun vak als cliëntondersteuner voelbaar en inspirerend. In een digitale uitvraag bleek de gemeente Deurne het beste aan te sluiten bij de werk - of woonplaats van de aanwezigen. 




Zie voor meer informatie over de pitch de onderstaande links
Deurne, Brigitte Joosten ( projectleider)  en Wil Evers ( gemeente Deurne)



Den Haag, Ron Staallekker (Straatconsulaat, mede namens gemeente, presenteerde mondeling 


Maastricht
, Annelie Gorissen ( MEE) en Marijke Mooren ( gemeente)


Hoeksche Waard
  Saskia de Ruiter en Marilene van den Berg ( MEE, mede namens gemeente)




Baarn, Lieuwkje Vlasma, MEE en mede namens gemeente


Tot slot presenteerde Guy de Hoop zijn beeldimpressie van deze middag.


Klik hier voor de beeldimpressie
Geïnteresseerd in Guy de Hoop, illustrator? Klik hier voor zijn website

Foto's zijn gemaakt door Eva van Holten

Wij danken alle sprekers hartelijk voor hun inspirerende bijdrage. En wij danken de bezoekers van het symposium voor hun aanwezigheid en aandacht. Graag tot ziens op onze Vakdag 2019. Deze is toegankelijk voor leden en niet-leden. Wij bieden een breed programma aan lezingen en workshops. De datum voor 2019 wordt binnenkort bekend gemaakt. Blijf ons volgen!!!

Bestuur BCMB



Onze missie

Onze missie is cliëntondersteuners ondersteunen in het professionaliseren van het vak en het verbreden van hun kennis en ervaring.

Onze visie

Onze visie is dat een goede cliëntondersteuner de cliënt en zijn omgeving in hun kracht zet en waar mogelijk het netwerk van de cliënt benut. Cliëntondersteuners hebben kennis en ervaring op het gebied van leven met een beperking.