BCMB Vindplek Cliëntondersteuners BCMB Werk gezocht

“Ik wil een bijdrage leveren aan de zorg toekomstbestendig maken en dat vraagt om belangeloos samenwerken.”

“Het is een complex speelveld, maar door regionaal domeinoverstijgend samen te werken kunnen we veel meer het verschil maken.” Elise Hol is manager en oprichter van de Twentse Koers, een samenwerkingsverband van veertien Twentse gemeenten, Menzis, de provincie Overijssel en Samen Twente. Daarnaast zijn er nog 300 andere partners, zoals zorgaanbieders, GGZ, schuldhulpverleningsorganisaties, diverse stichtingen en huisartsen, die een belangrijke rol spelen in de Twentse Koers. 

 

“Alle partijen werken nauw samen met elkaar en proberen te zorgen voor een optimale verbinding tussen het sociale domein en de zorg. Het is een domeinoverstijgende strategische samenwerking en we organiseren, coördineren en ondersteunen gezamenlijk projecten waar we onze krachten voor bundelen. De uitvoering vindt natuurlijk wel lokaal plaats; inwoners zijn bekend met hun eigen gemeente en zorgorganisatie, niet met de Twentse Koers. We moeten goed aansluiten bij wat lokaal leeft en wat er al is. Maar door de regionale samenwerking zorgen we voor meer impact.”

Kennis, kunde en capaciteit bundelen

“Toen in 2015 de wetgeving voor het sociaal domein veranderde, zagen alle betrokken partijen al snel dat ze ‘elkaar raakten’. Inwoners hebben vaak gelijktijdig met zowel de gemeente als met bijvoorbeeld de zorgverzekeraar en de zorgaanbieder te maken. Dit wilden we zo goed mogelijk op elkaar afstemmen. In het kader van de juiste zorg op de juiste plek, maar ook in verband met alle arbeidsmarktproblemen en financiële tekorten. We moesten onze kennis, kunde en capaciteit bundelen om de zorg toekomstbestendig te maken én het voor iedereen beschikbaar, toegankelijk en betaalbaar te houden. We werken vanuit verschillende themalijnen, zoals ouderen, bestaanszekerheid, mentale gezondheid en preventie en gezondheid. Binnen deze themalijnen lopen vele projecten. We hebben binnen deze projecten onder andere aandacht voor de ketensamenwerking in de wijk, wat inhoudt dat de huisarts, gemeente, welzijnswerk en wijkverpleging beter met elkaar samenwerken.”

Samenwerking die naar meer smaakte

“Om de samenwerking verder vorm te geven, zijn we begonnen met ‘een snuffelstage’, zoals we dat noemden. Kennismaken en elkaars werelden beter leren kennen én begrijpen. Daarna – inmiddels 6,5 jaar geleden – zijn we gestart met het eerste project: een samenwerking tussen de veertien gemeenten en Menzis. Met dit project hebben we mensen die in de bijstand zaten en schulden hadden bij de zorgverzekeraar, op een zo eenvoudig mogelijke manier uit de schulden geholpen, zodat ze schuldenvrij weer goed verzekerd konden worden. De samenwerking die in heel Twente door dit project tot stand kwam, smaakte zeker naar meer!”

"We moeten goed aansluiten bij wat lokaal leeft en wat er al is. Maar door de regionale samenwerking zorgen we voor meer impact.”

Kleinere gemeenten hebben niet altijd de juiste cliëntondersteuner 

Een project wat we hierna hebben opgepakt, is ‘Regionale doorzettingsmacht en cliëntondersteuning’. Een soort voortvloeisel van de integrale cliëntondersteuning waar we specifiek mensen met complexe mentale problemen mee willen ondersteunen. We hebben voor deze doelgroep een apart regionaal project geïnitieerd, omdat het gaat om complexe casuïstiek waar niet altijd een passende cliëntondersteuner voor beschikbaar was. Hierdoor zagen we dat mensen soms van het kastje naar de muur werden gestuurd en daarom pakten we dit gezamenlijke project op. Complexe GGZ zorg en multiproblematiek-situaties vragen om een bepaalde expertise en om deze expertise te kunnen bieden, is regionaal samenwerken echt nodig. Het gaat om een kleine, zeer specifieke doelgroep en niet elke (kleinere) gemeente kan die expertise in huis hebben.”

Lokaal aanbod met regionale kennis

“Iedere gemeente koopt onafhankelijke cliëntondersteuning in, maar medewerkers, adviseurs en ook onafhankelijke cliëntondersteuners zijn niet altijd thuis in alle thema’s. Er wordt vaak gezegd dat cliëntondersteuners van alle markten thuis moeten zijn en van alle vraagstukken kennis hebben; in onze regio zien we dat anders. Sommige kleine gemeenten hebben maar één of twee cliëntondersteuners in dienst, die kunnen niet álles weten en dat moet je ook niet willen. Daarom staan we zo achter die regionale samenwerking. Wel een lokaal aanbod, maar het grotere netwerk inzetten om alle hulpvragen goed te kunnen oppakken en te weten wie je waarvoor kunt inzetten. Het gaat erom hoe we cliëntondersteuners zo goed mogelijk kunnen faciliteren en het juiste netwerk kunnen creëren. Elkaar kennen en weten wie je waarvoor kan benaderen. Denk hierbij ook aan het benutten van ervaringsdeskundigheid. Ook met de GGZ werken we nauw samen, bijvoorbeeld hoe ze bijscholing kunnen geven aan cliëntondersteuners om hun deskundigheid te bevorderen.”

"Het gaat erom hoe we cliëntondersteuners zo goed mogelijk kunnen faciliteren en het juiste netwerk kunnen creëren."

Het probleem achter het probleem

“Een ander mooi project in Twente is ‘SamSam, Welzijn op Recept’.  Hiermee verbinden we huisartsenpraktijken met het brede sociaal domein, in het kader van demedicaliseren. Mensen die met bijvoorbeeld angst- of pijnklachten bij de huisarts komen, kunnen een ander achterliggend probleem hebben. Denk aan schulden of eenzaamheid. Als de huisarts het vermoeden heeft dat er meer speelt, schakelt hij het sociaal domein in en hier kan ook een interessante link met onafhankelijke cliëntondersteuning zijn. Soms is het probleem helder en kan hulpverlening direct worden ingezet, maar in andere gevallen is een cliëntondersteuner nodig die met een brede blik kan meedenken waar de cliënt het beste mee is geholpen. Hier is een goede samenwerking met onafhankelijke cliëntondersteuners voor nodig.” 

Niet de illusie dat we zelf alles weten en kunnen

“Nog een goed voorbeeld waar ik aan denk, was de overgang naar de Wlz waar we in het project ‘Integrale cliëntondersteuning’ tegenaan liepen. Wat we zagen, was dat de professionals die deze overgang moesten faciliteren ook niet altijd wisten hoe het precies zat. We hebben vervolgens een apart netwerk opgericht en uiteindelijk was dit een groep van ongeveer 50 gecommitteerde professionals vanuit de 14 gemeenten, Menzis Zorgkantoor, CIZ en zorgorganisaties. Vaste aanspreekpunten en contactpersonen hebben en elkaar weten te vinden op de juiste momenten bleek essentieel om burgers goed te kunnen ondersteunen bij de overgang van het sociaal domein en wijkverpleging naar de Wlz. We moeten niet de illusie hebben dat we alles zelf weten en kunnen. Korte lijntjes helpen hier enorm bij.” 

“Ik voel dat ik een missie heb. Ik ben geen ‘carrièremens’, ik ben een ‘inhoudsmens’ en dat werkt."

Stap voor stap en soms met kleine bewegingen

“Ik voel dat ik een missie heb. Ik ben geen ‘carrièremens’, ik ben een ‘inhoudsmens’ en dat werkt. Ik wil een bijdrage leveren aan de zorg toekomstbestendig maken en dat vraagt om belangeloos samenwerken. We moeten het samen doen. Stap voor stap en soms met kleine bewegingen hebben we al veel mooie projecten gerealiseerd. Ik durf te zeggen dat wij in Twente al best ver zijn in het opzetten van een regionale domeinoverstijgende samenwerking. Het mooie van de Twentse Koers is dat het vanuit de inhoud is ontstaan en vervolgens door het enthousiasme verder is gegroeid. Inmiddels is het een groot programma met zo'n 25 lopende projecten. Door de regionale samenwerking hebben we ook onafhankelijke cliëntondersteuning een plek kunnen geven in het grote geheel en beschouwen we het niet als een losstaand project, maar als een gemene deler. Hier gaan we de komende tijd ook nog vele vervolgstappen in zetten.”