BCMB

10 vragen aan Jeanet Kraaij

“We moeten ons veel meer laten zien en horen.”

Deze maand vragen we onafhankelijk cliëntondersteuner Jeanet Kraaij het hemd van het lijf. In deze rubriek stellen we elke maand tien vragen aan een externe professional in het sociale veld, die geregeld contact heeft met cliëntondersteuners.

Naam: Jeanet Kraaij

Functie: Samen met Nienke Boekhout eigenaar van Thuis in Cliëntondersteuning

Woonplaats: Meppel

Leeftijd: 51

1. Leg kort uit wie je bent en hoe je cliëntondersteuner bent geworden?

“Ik heb een achtergrond in het bank- en verzekeringswezen en heb onder meer gewerkt bij Achmea Zorg. Ik heb de stap richting mantelzorgmakelaar en cliëntondersteuner gezet, omdat ik in mijn oude werk geen uitdaging meer ervoer. Ik zag om mij heen hoe mensen met zorgvragen van het kastje naar de muur werden gestuurd en met hun vragen niet op één plaats terechtkonden. Ik had het gevoel dat ik wat voor deze mensen kon betekenen en vertrok bij Achmea. Eerst ben ik een tijd coördinator bij Eigen Kracht Centrale geweest. Dit is een organisatie, die staat voor het recht van mensen om samen met hun netwerk eigen oplossingen te bedenken. Ik voelde mij daar op mijn plek. Ik ben een cliëntondersteuner, die niet oordeelt. De cliënt maakt zelf keuzes, passend bij zijn of haar situatie en netwerk.

Sinds 2011 werk ik als zelfstandig mantelzorgmakelaar en sinds 2016 ook als onafhankelijk cliëntondersteuner Wlz en Wmo. Samen met Nienke Boekhout, die mijn idealistische kijk deelt, ben ik eigenaar van Thuis in Cliëntondersteuning. Vanuit Thuis in Cliëntondersteuning leveren we verschillende diensten; onafhankelijke cliëntondersteuning Wlz (tot 01-01-2021 vanuit de werknaam wlzcliëntondersteuning.nl), onafhankelijke cliëntondersteuning Wmo en de inzet van mantelzorgmakelaars. Dit doen we samen met een team van 30 onafhankelijke cliëntondersteuners, waarvan een deel in loondienst is. Het merendeel werkt echter als zzp’er. Zzp’ers staan er vaak alleen voor in de complexe zorgwereld. Dan is een organisatie als de onze een fijne basis om ook samen dingen te doen. Dat is prettig voor starters, maar ook voor mensen die al langer bezig zijn.” 

2. Wat boeit jou in je vak als cliëntondersteuner?

“Geen dag is hetzelfde! Je bent als cliëntondersteuner echt overgeleverd aan de hectiek van de dag. Het is altijd mooi als je mensen een stap verder kunt helpen. Je kunt hen helderheid bieden over de regelgeving; wat zijn de opties, wat kan wel, wat kan niet? Het managen van verwachtingen is een belangrijk onderdeel van ons vak. Je kunt cliënten echter ook ondersteunen en begeleiden, omdat je de problematiek snapt. Je gidst hen als het ware door het hele traject en zo maak je alles draaglijker en overzichtelijker voor die mensen. Een allround cliëntondersteuner opereert over de Wmo, Wlz en andere wetten heen.”

3. Wat beschouw je als een succesverhaal in je werk?

“Dan denk ik gelijk aan een de casus van iemand die in de Wmo begon en in de Wlz eindigde. De cliënt heeft een progressieve vorm van MS. De mantelzorger liep helemaal vast in het regelen van aanpassingen aan hun koopwoning. De Wmo-consulent hield voet bij stuk en zei: ‘Dan gaan jullie maar verhuizen naar een huurwoning’. Uiteindelijk hebben we toch voor elkaar gekregen dat ze mochten verhuizen naar een andere koopwoning met alles op de begane grond, maar waar wel de nodige aanpassingen nog nodig waren. Die zijn vervolgens door de Wmo betaald. Een mooi compromis. Bij de overgang vanuit de Wmo naar de Wlz heb ik ze ondersteund bij het inregelen van de zorg, zoals pgb en zorg in natura. Hierbij was sprake van meerzorg. Je ziet hier de toegevoegde waarde van cliëntondersteuning over domeinen heen. De mantelzorger werkte nog en er is ook met de werkgever gesproken over hoe die de mantelzorger kon ondersteunen. Je kijkt echt uit verschillende invalshoeken naar zo’n casus.”

4. Wat frustreert je het meest?

“De onkunde in het veld. Je wil niet weten hoe vaak wij te maken hebben met zorgverleners die maar wat roepen. Het gaat vaak om ingewikkelde verhalen, over meerdere zorgdomeinen heen. Je kan iemand pas goed ondersteunen als je weet hoe het zit. Zorg verlenen is iets heel anders dan op de hoogte zijn van wet- en regelgeving. Wij zijn best pittige cliëntondersteuners. Zorgaanbieders en gemeenten vinden ons soms lastig. Wij hebben als cliëntondersteuner een bemiddelende rol. Die rol moet duidelijk blijven: wij staan náást de cliënt. Als een organisatie niet kan bieden wat de cliënt nodig heeft, dan kijken we verder.

Een ander punt is, dat cliënten die te maken hebben met de overgang van de Wmo of Jeugdwet naar de Wlz specifieke ondersteuning en kennis nodig hebben. De cliëntondersteuning voor deze groep mensen valt nu nog onder de Wmo, terwijl de kennis juist op het vlak van de Wlz ligt. Cliënten willen graag vooraf de juiste informatie hebben, terwijl de Wlz-cliëntondersteuner pas in beeld mag komen wanneer de Wlz-indicatie is afgegeven. Hoe mooi zou het zijn als de Wlz-cliëntondersteuner al eerder in het traject betrokken kan zijn. Gelukkig is hier landelijk wel aandacht voor. Helaas gaat het zeker minimaal nog wel een jaar duren voordat het zover is. Er is een wetswijziging nodig. Ik hoop dat we tot die tijd al wel stappen met gemeenten en zorgkantoren kunnen zetten.”

5. Werk je samen met vrijwilligers en ervaringsdeskundigen? Hoe ervaar jij die samenwerking?

“Wij zoeken in de regio zeker ervaringsdeskundigen op als de cliënt daar belang bij heeft. Ervaringsdeskundigen hebben toegevoegde waarde, maar uiteindelijk gaat het steeds om de vraag wat het meest passend is voor de cliënt. De één is niet de vervanger van de ander. We vullen elkaar in mijn ogen aan.”

6. Hoe vind jij dat je je als cliëntondersteuner onderscheidt ten opzichte van andere professionals in het sociale veld?

“Zorgaanbieders zijn gericht op het leveren van zorg en in dit stukje zijn ze heel goed. Ze missen echter vaak de wettelijke kennis, die wij wel hebben. Ze weten daardoor niet, buiten hun opdracht om, wat er allemaal mogelijk is. Cliëntondersteuning is een vak apart. We zijn onafhankelijk en maken gebruik van een helikopterview. Wij zijn er om het hele verhaal helder te krijgen en daarna kijken we samen met de cliënt en eventuele mantelzorger wat er nodig is aan zorg en of dat mogelijk is.”

7. Veel cliënten en zorgprofessionals weten nog niet van het bestaan van cliëntondersteuning. Wat zou je eraan willen doen om die bekendheid te vergroten?

“Daar is, voor wat betreft de Wlz-cliëntondersteuning, een landelijke werkgroep mee bezig. Ik ben daar ook bij betrokken, naast nog een aantal andere gecontracteerde partijen in de Wlz cliëntondersteuning. De landelijke campagne cliëntondersteuning.co.nl is daar onder andere uit voortgekomen. Een soortgelijk traject loopt ook via gemeenten, maar dan vanuit koploperschap onafhankelijke cliëntondersteuning.

Hoe krijgen we cliëntondersteuning beter op de kaart? Ik denk dat het antwoord is: overal je gezicht laten zien, overal benoemend: ‘Denk eens aan een cliëntondersteuner’. Maar dit zijn in de huidige financiering allemaal onbetaalde uren. Het geld moet met productieve uren worden verdiend. Bij bijeenkomsten is om die reden de opkomst van onafhankelijke cliëntondersteuners vaak erg laag. Cliëntondersteuners moeten een heel hoog percentage van hun uren productief zijn, anders kan het niet uit. Dat maakt de belasting erg hoog. Je moet continu bijblijven met betrekking tot alle veranderingen in wet- en regelgeving en jezelf eigenlijk ook laten zien op relevante bijeenkomsten. Het ministerie zou budget moeten toekennen om mensen hiervoor vrij te maken. Ook dit is één van de bespreekpunten in de landelijke werkgroep met Zorgverzekeraars Nederland en zorgkantoren.”

8. Dîde Sörman stelde jou de vraag: waarom ben je nog geen ambassadeur van BCMB?

“Dat heb ik bij de vorige vraag eigenlijk al uitgelegd. Ik draag op andere vlakken het beroep al uit. Dat is de reden dat ik me niet ook nog heb aangemeld voor de rol van ambassadeur. Ik ben al een soort van ambassadeur, maar dan op mijn eigen manier. Daar komt bij dat één van onze zzp’ers, Marga van de Glind, deze rol van ambassadeur heeft opgepakt." (Inmiddels is Jeanet tóch ambassadeur van BCMB geworden: red.)

9. Welke externe professional in het sociale veld moeten we hierna interviewen voor deze rubriek?

“Senior Wmo-consulent Euphemia Bron van koplopergemeente Meppel, die de toegevoegde waarde van cliëntondersteuning inziet en geregeld burgers met een ondersteuningsvraag doorverwijst.”

10. Welke vraag wil je Euphemia Bron stellen?

“Vind je als senior Wmo-consulent van de gemeente Meppel dat onafhankelijke cliëntondersteuners van toegevoegde waarde zijn? Zo ja, wat is de toegevoegde waarde dan voor jou?”

 

Wil jij ook een keer in '10 vragen aan...' vertellen wat jou drijft als externe professional in het sociale veld? Stuur een mailtje naar: info@bcmb.nl.

 

 

 

Publicatie: 22/01/2021Terug naar nieuwsoverzicht