
Sinds 2023 lopen gezinnen en mensen met een beperking tegen een muur aan: het zorgkantoor weigert de meerzorg die ze nodig hebben, of kort er fors op. Soms gaat het om meer dan €100.000 per jaar. De rechter heeft inmiddels duidelijk gezegd dat dit niet klopt, maar veel zorgkantoren doen gewoon alsof er niets is gebeurd.
Tot 2023 was de beoordeling van meerzorg redelijk overzichtelijk: je vergeleek hoeveel uren zorg iemand in zijn zorgprofiel heeft, met hoeveel uren er werkelijk nodig zijn. Verschil te groot? Dan meerzorg. Toen publiceerde het Zorginstituut een nieuwe richtlijn en sindsdien draait alles om de vraag of iemands zorgbehoefte ‘medisch bijzonder’ is ten opzichte van het zorgprofiel. Klinkt neutraal, maar in de praktijk betekent het: een medisch adviseur geeft een oordeel, en dat oordeel is leidend. Punt.
Op 22 oktober 2025 deed de Centrale Raad van Beroep (CRvB) – de hoogste rechter in dit soort zaken – een uitspraak die er niet om liegt. De werkwijze van veel zorgkantoren is in strijd met de rechtszekerheid. Klip en klaar. De rechter schreef ook precies voor hoe het wél moet: het zorgkantoor brengt eerst in kaart hoeveel zorg iemand in uren nodig heeft. Dan vergelijkt het dat getal - concreet, toetsbaar - met wat er in het zorgprofiel staat. Geen vage termen, geen niet-onderbouwde medische oordelen. Gewoon: uren in, uren uit.
Precies hetzelfde als vóór de uitspraak. Ze beoordelen nog steeds of de zorgbehoefte ‘bijzonder genoeg’ is, zonder die vergelijking in uren te maken. De uitspraak van de CRvB wordt in de nieuwe beleidsregels niet eens genoemd. Alsof die rechterlijke uitspraak nooit heeft plaatsgevonden. En de criteria die ze hanteren? Die zijn vaag tot op het bot. Woorden als ‘vaak’, ‘regelmatig’ en ‘intensief’ staan in de zorgprofielen, maar niemand legt uit wat dat precies betekent. Wanneer is iets ‘vaak’? Wanneer is zorg ‘extreem’? Zolang dat niet concreet is gemaakt, kun je er ook geen bezwaar tegen maken.
Het patroon herinnert aan wat er jaren geleden speelde in de Wmo, toen gemeenten volstonden met ‘een schoon en leefbaar huis’ als vage norm voor huishoudelijke hulp. Uiteindelijk werd de rechter opnieuw aan te pas gehaald, en kwamen er alsnog concrete normen. Dat was een harde les. Blijkbaar is die les niet overal geland. Het echte probleem is niet budgettair, maar juridisch: hoe neem je een besluit waar iemand een eerlijk bezwaar tegen kan maken? Zolang beslissingen worden gebaseerd op niet-onderbouwde medische adviezen zonder concrete maatstaven, is dat onmogelijk.
De boodschap is eenvoudig: leg je er niet bij neer. Zolang er geen nieuwe wet- en regelgeving is, zijn de huidige beleidsregels van de zorgkantoren juridisch aanvechtbaar. De uitspraak van de CRvB geeft je een sterke basis om bezwaar te maken tegen een weigering van meerzorg. De rechter heeft al gezegd wat er moet gebeuren, nu is het aan de zorgkantoren om dat ook daadwerkelijk te doen.
Schroom dan niet om ze aan me voor te leggen. Vul gerust het contactformulier in op www.gadk.nl